NIS2 (Richtlijn (EU) 2022/2555) legt middelgrote en grote organisaties in 18 sectoren verplichtingen op voor cyberbeveiligingsmaatregelen en incidentmelding. Het is een richtlijn: de verplichtingen volgen uit de nationale wet van de lidstaat. Voor jou als inkoper is vooral de toeleveringsketen relevant. Organisaties die eronder vallen moeten de beveiligingspraktijken van hun directe leveranciers en dienstverleners meewegen (Art. 21(2)(d) en 21(3)), en dat zie je terug in de vragen en contractclausules bij de inkoop van cloud en software.
Feiten en data laatst gecontroleerd: 11 oktober 2026 · Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies; controleer voor jouw situatie de tekst van de richtlijn en de nationale wet.
De richtlijn is in werking getreden, twintig dagen na publicatie in het Publicatieblad op 27 december 2022 (Art. 45).
Uiterste datum waarop lidstaten de omzettingsmaatregelen moeten vaststellen en bekendmaken (Art. 41(1)).
Lidstaten moeten de omzettingsmaatregelen vanaf deze datum toepassen (Art. 41(1)). Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690 verschijnt op deze dag in het Publicatieblad.
Duitsland: de wet tot omzetting van NIS2 is in werking getreden, na afkondiging op 5 december 2025 (volgens het BSI).
De Europese Commissie besluit Ierland, Spanje, Frankrijk en Nederland naar het Hof van Justitie van de EU te verwijzen, omdat zij geen maatregelen tot omzetting van NIS2 hadden gemeld.
Nederland: de Cyberbeveiligingswet is in werking getreden.
Wie valt eronder
NIS2 geldt voor publieke en private entiteiten van een type dat in Bijlage I (sectoren met hoge kritikaliteit) of Bijlage II (andere kritieke sectoren) staat, die als middelgrote onderneming gelden of boven die grens uitkomen, en die diensten verlenen of activiteiten uitvoeren in de Unie (Art. 2(1)). De grootte volgt Aanbeveling 2003/361/EG. Art. 3(4) van de bijlage bij die aanbeveling is voor NIS2 niet van toepassing.
Bijlage I bevat onder meer energie, vervoer, bankwezen, gezondheidszorg, digitale infrastructuur, ICT-dienstenbeheer (business-to-business) en overheid. Bijlage II bevat onder meer post, afvalbeheer, chemie, voedsel, maakindustrie, digitale aanbieders (online marktplaatsen, zoekmachines, socialenetwerkplatforms) en onderzoek. Onder digitale infrastructuur vallen onder meer aanbieders van cloudcomputing, datacenterdiensten en contentdistributienetwerken; managed service providers en managed security service providers staan onder ICT-dienstenbeheer. Softwareleveranciers staan niet als zodanig in de bijlagen.
Essentiële entiteiten zijn onder meer entiteiten uit Bijlage I die boven de grens voor middelgrote ondernemingen uitkomen, en ongeacht hun grootte gekwalificeerde vertrouwensdienstverleners, topleveldomeinregisters en DNS-aanbieders (Art. 3(1)). Alle andere entiteiten uit de bijlagen zijn belangrijke entiteiten (Art. 3(2)). Sommige entiteiten vallen ongeacht hun grootte onder de richtlijn, bijvoorbeeld aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken of -diensten, vertrouwensdienstverleners, de enige aanbieder van een essentiële dienst in een lidstaat en aanbieders van domeinnaamregistratie (Art. 2(2) tot en met (4)). Bij essentiële entiteiten omvat het toezicht onder meer regelmatige en gerichte beveiligingsaudits (Art. 32(2)). Bij belangrijke entiteiten is het toezicht achteraf (Art. 33).
Wat de richtlijn van organisaties vraagt
Het bestuursorgaan van een essentiële of belangrijke entiteit keurt de maatregelen voor cyberbeveiligingsrisicobeheer goed, ziet toe op de uitvoering en kan aansprakelijk worden gesteld voor overtredingen van Art. 21 (Art. 20(1)). Bestuurders moeten opleidingen volgen om risico's en beveiligingspraktijken te kunnen beoordelen (Art. 20(2)).
Art. 21 vraagt passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen volgens een all-hazards-benadering, met minimaal tien onderdelen (Art. 21(1) en (2)(a) tot en met (j)). Voor wie software en clouddiensten inkoopt zijn deze het meest relevant, naast de meldplicht en de boetes:
Beveiliging van de toeleveringsketen, inclusief beveiligingsaspecten van de relaties met directe leveranciers en dienstverleners (Art. 21(2)(d)).
Bij het kiezen van die maatregelen houdt de entiteit rekening met de kwetsbaarheden van elke directe leverancier, de algehele kwaliteit van hun producten en hun cyberbeveiligingspraktijken, inclusief veilige ontwikkelprocedures, en met de resultaten van gecoördineerde risicobeoordelingen van kritieke toeleveringsketens op Unieniveau (Art. 21(3), Art. 22(1)).
Beveiliging bij het verwerven, ontwikkelen en onderhouden van systemen, inclusief kwetsbaarhedenbeheer en bekendmaking (Art. 21(2)(e)).
Bedrijfscontinuïteit, zoals back-upbeheer en disaster recovery (Art. 21(2)(c)), en beleid voor cryptografie en, waar passend, encryptie (Art. 21(2)(h)).
Meldplicht: een significant incident meld je bij het CSIRT of de bevoegde autoriteit met een vroegtijdige waarschuwing binnen 24 uur nadat je ervan weet, een incidentmelding binnen 72 uur, op verzoek een tussentijds verslag en een eindverslag uiterlijk een maand na de incidentmelding (Art. 23(4)). Waar passend informeer je ook de afnemers van je diensten (Art. 23(1)).
Boetes: voor overtreding van Art. 21 of 23 moeten lidstaten maxima mogelijk maken van minstens 10 miljoen euro of 2 % van de wereldwijde jaaromzet van de onderneming waartoe de essentiële entiteit behoort (het hoogste telt), en voor belangrijke entiteiten van minstens 7 miljoen euro of 1,4 % (Art. 34(4) en (5)). De nationale wet stelt de uiteindelijke bedragen vast.
Stand van omzetting in de lidstaten
Lidstaten moesten de omzettingsmaatregelen uiterlijk op 17 oktober 2024 vaststellen en bekendmaken en vanaf 18 oktober 2024 toepassen (Art. 41(1)). Op 8 juli 2026 heeft de Europese Commissie besloten Ierland, Spanje, Frankrijk en Nederland naar het Hof van Justitie van de EU te verwijzen, omdat zij geen maatregelen tot omzetting hadden gemeld. Omdat NIS2 een richtlijn is en lidstaten een hoger beveiligingsniveau mogen vastleggen (Art. 5), kunnen de nationale regels verschillen. Stand op 11 oktober 2026 voor vier landen:
Nederland: de Cyberbeveiligingswet (Cbw) is op 15 augustus 2026 in werking getreden en vervangt de Wbni, volgens de Nederlandse overheid.
Duitsland: de Bondsdag nam de omzettingswet (NIS2UmsuCG) aan op 13 november 2025 en de Bondsraad op 21 november 2025. De wet is op 5 december 2025 afgekondigd en op 6 december 2025 in werking getreden. Entiteiten registreren zich uiterlijk drie maanden nadat zij onder de wet vallen bij het BSI (§ 33 BSIG).
Frankrijk: het wetsontwerp over de weerbaarheid van kritieke infrastructuren en de versterking van de cyberbeveiliging is op 12 maart 2025 door de Senaat aangenomen en ligt in eerste lezing bij de Assemblée nationale. Volgens het dossier is het niet definitief aangenomen of afgekondigd. De Conférence des présidents van 6 oktober 2026 heeft het ontwerp geschrapt van de agenda van 7 en 9 oktober.
Voor andere lidstaten raadpleeg je de nationale wet en de nationale toezichthouder.
Wat dit betekent bij het kiezen van cloud- en softwareleveranciers
NIS2 verplicht je leverancier niet rechtstreeks, tenzij die zelf onder de richtlijn valt, bijvoorbeeld als aanbieder van cloudcomputing, datacenterdiensten of managed services. De verplichting ligt bij de entiteit die inkoopt: zij beveiligt haar toeleveringsketen en weegt daarbij de praktijken van haar directe leveranciers mee (Art. 21(2)(d) en 21(3)).
Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690, gepubliceerd op 18 oktober 2024, werkt Art. 21(2) technisch uit voor onder meer DNS-aanbieders, aanbieders van cloudcomputing, datacenterdiensten en contentdistributienetwerken, managed service providers, managed security service providers, online marktplaatsen, zoekmachines en socialenetwerkplatforms, en bepaalt wanneer een incident voor hen significant is (Art. 1 en 3). Hun beleid voor beveiliging van de toeleveringsketen bevat selectiecriteria voor leveranciers: cyberbeveiligingspraktijken, kwaliteit en veerkracht van producten en diensten, en de mogelijkheid om leveranciers te diversifiëren en lock-in te beperken (punt 5.1.2). Ze leggen eisen vast in contracten (punt 5.1.4), houden een register van directe leveranciers bij (punt 5.2) en toetsen leveranciers periodiek opnieuw (punt 5.1.6). Voor andere organisaties is de bijlage niet rechtstreeks bindend. Je kunt de punten wel als checklist gebruiken:
Valt de leverancier zelf onder NIS2 (cloud, datacenter, managed service), in welke lidstaat, en kan hij dat aantonen?
Incidenten: verplicht het contract de leverancier om je zonder onnodige vertraging te informeren over incidenten die jouw netwerk- en informatiesystemen raken (punt 5.1.4(d))? Dat heb je nodig om zelf de termijnen van Art. 23(4) te halen.
Audit: heb je het recht om te auditen of auditrapporten te ontvangen (punt 5.1.4(e))?
Veilig ontwikkelen en kwetsbaarheden: hoe verloopt de ontwikkeling en hoe worden kwetsbaarheden behandeld en bekendgemaakt (Art. 21(2)(e), Art. 21(3), punt 5.1.4(f))?
Onderaannemers: welke subverwerkers en onderaannemers zijn er en welke beveiligingseisen gelden voor hen (punt 5.1.4(g))?
Exit: wat gebeurt er bij einde contract met je gegevens, zoals teruggave en verwijdering (punt 5.1.4(h)), en hoe beperk je afhankelijkheid van één leverancier (punt 5.1.2(d))?
Updates en componenten: hoe lang levert de leverancier beveiligingsupdates, of wanneer moet je vervangen, en kun je een beschrijving van de gebruikte hardware- en softwarecomponenten krijgen (punt 6.1.2(b) en (c))?
Continuïteit en versleuteling: welke back-up- en herstelmaatregelen gelden, en wie beheert de sleutels (Art. 21(2)(c) en (h))?
NIS2 naast de CRA, DORA en de AVG
De CRA (Verordening (EU) 2024/2847) stelt eisen aan producten met digitale elementen en hun fabrikanten. NIS2 gaat over het risicobeheer van entiteiten. Volgens overweging 12 van de CRA is NIS2 van toepassing op cloudcomputingdiensten, inclusief SaaS, PaaS en IaaS, en volgens overweging 13 kunnen lidstaten op grond van NIS2 aanvullende eisen stellen aan ICT-producten die essentiële en belangrijke entiteiten gebruiken.
DORA (Verordening (EU) 2022/2554) geldt volgens overweging 28 van NIS2 als sectorspecifieke Uniehandeling voor financiële entiteiten. De DORA-bepalingen over ICT-risicobeheer, melding van ICT-incidenten, testen en ICT-derdenrisico gelden dan in plaats van de NIS2-bepalingen over risicobeheer, melding en toezicht. Art. 4 beschrijft wanneer sectorspecifieke eisen gelijkwaardig zijn.
Als een inbreuk op Art. 21 of 23 een datalek kan betekenen, informeert de bevoegde autoriteit de AVG-toezichthouder. Heeft die voor hetzelfde gedrag een boete opgelegd, dan legt de NIS2-autoriteit daarvoor geen boete op grond van Art. 34 op (Art. 35).
Hoe dit zich verhoudt tot digitale soevereiniteit en de vijf scoredimensies
De tekst van Art. 21(3) noemt het land van vestiging van een leverancier niet. De richtlijn vraagt om te kijken naar kwetsbaarheden, producten en cyberbeveiligingspraktijken. De gecoördineerde risicobeoordelingen op Unieniveau mogen wel technische en, waar relevant, niet-technische risicofactoren meenemen (Art. 22(1)).
De score sluit op een paar punten aan bij onderwerpen die NIS2 benoemt. Cryptografie en encryptie (Art. 21(2)(h)) raken aan sleutelsoevereiniteit (CKS). Het beperken van lock-in en het ophalen van gegevens bij einde contract (punt 5.1.2(d) en 5.1.4(h) van de uitvoeringsverordening) raken aan portabiliteit (PLS). Waar gegevens staan en waar een leverancier en zijn moederbedrijf gevestigd zijn (DRS en JES), en of software open source of zelf te hosten is (SRS), staan als zodanig niet in Art. 21. Je kunt ze wel meenemen in je eigen risicobeoordeling. De score is geen nalevingsbeoordeling van NIS2 en bewijst niet dat jij of een leverancier aan de richtlijn voldoet.
Wil je weten hoe jouw eigen softwarestack scoort op digitale soevereiniteit? Doe de gratis assessment.
Dat hangt af van het type organisatie, de sector en de grootte. Het type moet in Bijlage I of II staan en de organisatie moet minstens middelgroot zijn, tenzij een uitzondering voor kleine entiteiten geldt (Art. 2). Controleer de nationale wet en de toezichthouder in jouw land.
Is mijn cloudleverancier verantwoordelijk voor mijn naleving?
Nee, de verplichtingen van Art. 21 liggen bij de essentiële of belangrijke entiteit zelf. Een cloudaanbieder kan daarnaast zelf onder NIS2 vallen, omdat aanbieders van cloudcomputing in Bijlage I staan.
Hoe snel moet een incident worden gemeld?
Een vroegtijdige waarschuwing binnen 24 uur nadat je van het significante incident weet, een incidentmelding binnen 72 uur en een eindverslag uiterlijk een maand na die melding (Art. 23(4)).
Wat zijn de boetes?
Voor overtreding van Art. 21 of 23 moeten lidstaten maxima toestaan van minstens 10 miljoen euro of 2 % van de wereldwijde jaaromzet voor essentiële entiteiten, en minstens 7 miljoen euro of 1,4 % voor belangrijke entiteiten (Art. 34(4) en (5)).
Kunnen bestuurders aansprakelijk zijn?
Het bestuursorgaan keurt de beveiligingsmaatregelen goed, houdt toezicht en kan aansprakelijk worden gesteld voor overtredingen van Art. 21 (Art. 20(1)). Nationale regels voor publieke instellingen en ambtenaren blijven daarbij onverlet.
Hebben alle lidstaten NIS2 omgezet?
Niet alle. Op 8 juli 2026 verwees de Commissie Ierland, Spanje, Frankrijk en Nederland naar het Hof van Justitie. Nederland en Duitsland hebben hun wet inmiddels in werking laten treden; in Frankrijk ligt het wetsontwerp nog bij het parlement.